X
GO

Actueel nieuws

Bretoense telers zetten in op duurzamer watergebruik

Bretoense telers zetten in op duurzamer watergebruik

In het kader van het Horizon 2020-project 'FERTINNOWA - Transfer of INNOvative techniques for sustainable WAter use in FERtigated crops'

Author: SuperUser Account/woensdag 8 februari 2017/Categories: Nieuws, Waterbronnen

Rate this article:
No rating

Wanneer we het hebben over de Bretoense tuinbouwsector, verschijnt bij velen het beeld van de regio met de uitgestrekte kustlijn en de opmerkelijke groene algengroei. Maar niet lang meer, als we Esther Lechevallier, onderzoekster aan het proefstation CATE, mogen geloven.

Uit een bezoek aan enkele Bretoense tuinbouwbedrijven en het proefstation CATE blijkt dat er binnen de sector heel wat veranderingen aan de gang zijn. Er is veel aandacht voor duurzaam watergebruik, uitspoeling van nutriënten, gekke wortels en waterontsmetting.

In Bretagne bedraagt het groenteareaal in openlucht maar liefst 30.000 ha. Deze regio ligt in de directe nabijheid van de kust. Uitspoeling van nutriënten van deze percelen draagt dan ook rechtstreeks bij tot de algenproblematiek aan de kust.

 

Trend naar diversificatie vraagt om bijkomend bemestingsonderzoek

Al in 1983 startte het proefstation CATE, in samenwerking met het landbouwonderzoeksinstituut INRA en de Franse Landbouwkamer, een proef op om de risico’s van nitraatuitspoeling in kaart te brengen. Op basis van de proefresultaten werden aanbevelingen geformuleerd voor de telers.

Deze proeven worden nog steeds jaarlijks herhaald. CATE beschikt hiervoor over zeventien lysibakken waarin de meest gangbare teelten worden aangelegd. Deze lysibakken vangen het drainagewater van de proefveldjes op zodat de uitgespoelde hoeveelheid nitraat kan worden opgevolgd.

In het verleden werden hoofdzakelijk proeven met bloemkool en artisjok aangelegd, van oudsher de meest gangbare teelten in Bretagne. Deze teelten zijn uitermate geschikt voor het Bretoense klimaat en vereisen geen bijkomende irrigatie.

De recente trend naar diversificatie hgeeeft ertoe geleid dat ook teelten van broccoli, sla, paarse artisjok ... worden aangelegd in de proefopstelling. In tegenstelling tot artisjok en bloemkool vereisen deze teelten wel irrigatie en is er dus bijkomend onderzoek rond uitspoeling nodig.

 
Station expérimentale du Caté
    
Station expérimentale du Caté
 
  Proefopstelling van 17 lysimeters op CATE.    De lysibakken worden op 3 hoogtes bemonsterd
waardoor de uitspoeling en de uitgespoelde
hoeveelheid nitraat bepaald kan worden.
 

 

Naast vollegrondsgroenten en verschillende sierteeltgewassen, maken ook de teelt van tomaat en aardbeien onder bescherming deel uit van de onderzoeksactiviteiten van CATE. De laatste 20 jaar heeft het Bretoense proefstation belangrijke expertise opgebouwd rond recirculatie en waterontsmetting. Het gebruik van dynamische langzame zandfilters, zogenaamde biofilters, als alternatief voor bijvoorbeeld verhitters en UV- ntsmetters, behoort tot hun onderzoeksactiviteiten.

Wanneer we het hebben over de Bretoense tuinbouwsector, verschijnt bij velen het beeld van de regio met de uitgestrekte kustlijn en de opmerkelijke groene algengroei. Maar niet lang meer, als we Esther Lechevallier, onderzoekster aan het proefstation CATE, mogen geloven. Uit een bezoek aan enkele Bretoense tuinbouwbedrijven en het proefstation CATE blijkt dat er binnen de sector heel wat veranderingen aan de gang zijn. Er is veel aandacht voor duurzaam watergebruik, uitspoeling van nutriënten, gekke wortels en waterontsmetting.

In 2017 wordt de nieuwe serre van CATE in gebruik genomen en zullen proeven worden aangelegd rond irrigatiesturing. Hierbij wordt de sturing op basis van de GrosSens van Grodan –een sensor die continu het watergehalte en de EC van de substraatmat meet– vergeleken met de sturing op basis van gewassensoren zoals de Cropwatch van Priva. Dat CATE met zijn onderzoek inspeelt op de vragen en interesses van de telers, blijkt wanneer we drie bedrijven in de regio bezoeken: EARL Le Bihan, GAEC de Mezavern en SARL du Hun.

 

Bedrijven zetten in op sturen watergift

Aanvankelijk werden op EARL Le Bihan alleen trostomaten geteeld. Het bedrijf van 2,8 ha kon niet uitbreiden en de teler besloot zich toe te leggen op de teelt van speciale tomatenvariëteiten. Nu worden er maar liefst 30 tomatenrassen geteeld, verspreid over twee afdelingen.

Het éne is al opvallender van kleur of vorm dan het andere. Deze brede waaier aan tomatenvariëteiten maakt het zeer moeilijk de watergift in te stellen volgens de behoefte van elk ras. Daarom heeft de teler elk compartiment uitgerust met een substraatbalans waarop het ras wordt geplaatst met de grootste waterbehoefte.

Een ander verhaal krijgen we te horen bij GAEC de Mezavern, een sierteeltbedrijf van 10 ha in Plouénan. Op dit bedrijf wordt hoofdzakelijk bamboe geteeld in potten op containervelden, maar ook haagplanten, bloeiende planten en kruiden behoren tot het gamma. In het verleden maakte de teler gebruik van vochtsensoren, maar die werkwijze bleek onvoldoende betrouwbaar én bovendien veel te tijdrovend. Momenteel heeft het bedrijf twee werknemers opgeleid die het vochtgehalte monitoren en indien nodig de watergift bijsturen.

 

Crazy roots vragen aangepaste waterzuivering

Sinds de opkomst van Agrobacterium rhizogenes, ook wel gekke wortels genoemd, zijn heel wat glastuinbouwbedrijven op zoek naar nieuwe ontsmettingstechnologieën die de schade van deze bacterie tot een minimum kunnen herleiden. Bij EARL Le Bihan werken ze al jarenlang met een dynamische langzame zandfilter, ook biofilter genoemd, die per uur zo’n 7 m³ drainwater kan zuiveren.

Hierbij wordt het dragermateriaal met niet pathogene bacteriën geënt en in suspensie gebracht. Door een beluchtingsmechanisme wordt het geheel in beweging gebracht. Het grootste voordeel van de biofilter is volgens de teler het bacteriële evenwicht dat tot stand komt in het drainwater.

Door de aanwezigheid van ‘onschadelijke’ bacteriën in het drainwater krijgen plantpathogenen minder kans om zich te ontwikkelen en aldus schade aan het gewas te berokkenen. Dit verschilt sterk van bijvoorbeeld de werking van een UV- ntsmetter of verhitter, waarbij zowel de plantpathogenen als de onschadelijke organismen worden afgedood, met ‘biologisch dood’ water als gevolg.

Hierin kunnen zich dan nieuwe populaties van bacteriën beginnen ontwikkelen totdat het water opnieuw wordt ontsmet. Een fundamenteel verschillende aanpak dan die met de biofilter, waarmee men streeft naar een evenwicht in bacterieel leven.

De teelt op EARL Le Bihan werd enkele jaren geleden toch geteisterd door Agrobacterium. Daarom ging de teler op zoek naar een bijkomende waterbehandeling. Biofilmvorming speelt een rechtstreekse rol bij de aantasting door Agrobacterium. Daarom kocht de teler in 2016 een Aqua4D-systeem aan. Deze technologie werkt op basis van laag-energetische magnetische golven die de ontwikkeling van biofilm in belangrijke mate afremmen. Afgelopen jaar ondervond de teler opmerkelijk minder problemen met Agrobacterium. Toch is het volgens hem nog te vroeg om dit effect toe te schrijven aan de Aqua4D. Hij is zijn teelt afgelopen jaar immers ook anders gaan sturen.

 
EARL Le Bihan in Plouénan
    
EARL Le Bihan in Plouénan
 
  De biofilter in werking. De beluchtingspomp brengt
het dragermateriaal in beweging. 
   

Het eigenlijke dragermateriaal
waarop de bacteriën zich bevinden. 

 

 

Ook het trostomatenbedrijf SARL du Hun (9 ha) kreeg enkele jaren geleden voor de eerste maal te maken met gekke wortels. Het drainwater wordt tot vandaag ontsmet met chloordioxide. Destijds werd voor deze methode gekozen vanwege het gebruiksgemak en de lagere investeringskost in vergelijking met UV- ontsmetting of langzame zandfiltratie.

 
ARL du Hun in Taulé
 
  Met deze waterbassin met een inhoud van 50.000m³ slaagt SARL du Hun erin de
waterbehoefte van de 9 hectare trostomaten volledig in te vullen met hemelwater.
 

 

De telers zijn echter niet tevreden over de ontsmettingsresultaten. De biofilm in de druppelleidingen is nog steeds aanwezig waardoor de problemen met Agrobacterium aanhouden. Vervanging van dit ontsmettingssysteem dringt zich op, maar voorlopig hebben de telers nog geen alternatief voor ogen.

De aanzienlijke investeringskosten en de omvang van de ontsmettingsinstallaties zijn hiervoor de belangrijkste redenen. Bovendien menen ze dat heel wat installaties niet in staat zijn om de grote volumes drainwater afkomstig van het 9 ha grote bedrijf te ontsmetten.

Meer gemoedsrust en minder spuien dankzij volledige omschakeling naar hemelwater Over de investering in extra hemelwateropslag zijn ze bij SARL du Hun wel zeer tevreden. Een tiental jaar geleden zouden ze dit niet overwogen hebben, maar de toenemende druk vanuit de overheid met steeds complexere regelgeving én de stijgende kostprijs van grondwater gaven de doorslag.

Vandaag beschikt SARL du Hun over een hemelwateropslag van in totaal 50.000 m³. De aanzienlijke omvang van dit bassin was het gevolg van de nivelleringswerken die moesten worden uitgevoerd voor de laatste uitbreiding naar 9 ha. Met een jaarlijkse neerslag van 900 mm slaagt het bedrijf er sindsdien in om de volledige waterbehoefte van de tomatenteelt met hemelwater in te vullen.

Het gebruik van hemelwater heeft voor de telers heel wat positieve gevolgen gehad. Naast een fikse kostenbesparing op de waterfactuur, ondervinden ze ook meer gemoedsrust omdat ze geen grondwater meer nodig hebben en hun grondwaterverbruik bijgevolg niet langer wordt gecontroleerd door de overheid. Maar het belangrijkste voordeel is de kwaliteit van het hemelwater. Voordien werkten ze met grondwater dat behoorlijk rijk was aan natrium. Natriumconcentraties van 70 mg/l zijn namelijk geen uitzondering in deze regio.

Sinds de toepassing van hemelwater verloopt de recirculatie veel vlotter doordat accumulatie van natrium uitblijft. Spuien is niet langer noodzakelijk waardoor ze naast water ook aanzienlijk kunnen besparen op meststoffen.

 

Interessante technologie gespot?

Deze drie bedrijfsbezoeken zijn slechts een fractie van de meer dan 400 bedrijven die over heel Europa door medewerkers van het FERTINNOWA-project werden bezocht. De tijdens deze bedrijfsbezoeken verzamelde gegevens worden nu volop verwerkt. Dat zal resulteren in een oplijsting en evaluatie van de toegepaste watertechnologieën. Deze resultaten zullen in het voorjaar van 2017 beschikbaar zijn via de online databank op www.fertinnowa.com.

Auteurs: E. Berckmoes (PSKW), J. Audenaert (PCS-Waterportaal), E. Vandewoestijne (PCG-Waterportaal), P. Melis (PCH).

 

Meer info?

Elise Vandewoestijne

 

In samenwerking met

 

 

                  

 

Met de steun van

     

 

Print

Number of views (5218)/Comments (0)

More links

Theme picker

In samenwerking met