X
GO

Actueel nieuws

Mogelijkheden van druppelirrigatie en fertigatie in de teelt van aardappelen

Mogelijkheden van druppelirrigatie en fertigatie in de teelt van aardappelen

In het kader van het demonstratie project ‘Aardappelen telen binnen de restricties van MAP 6’

Author: Elise/vrijdag 20 augustus 2021/Categories: Nieuws, Irrigatie

Rate this article:
No rating

Mogelijkheden van druppelirrigatie en fertigatie in de teelt van aardappelen

In het 6e Mest Actie Plan (MAP 6) is voor teelten in gebiedstype 2 en 3 een daling van de werkzame stikstof (N) bemestingsnormen met respectievelijk 10 en 20 % voorzien, tegen 2022. Daarnaast is het nitraatresidu aan het einde van de teelt de belangrijkste indicator om na te gaan of de bemesting oordeelkundig uitgevoerd werd.

De teelt van aardappelen wordt echter gekenmerkt door een relatief grote N behoefte en een eerder beperkte N opname, met hoge nitraatresiduen tot gevolg. De in MAP 6 opgenomen wijzigingen stellen de aardappelteler dus voor een uitdaging.

Daarom legde het PCA in het kader van het demonstratie project ‘Aardappelen telen binnen de restricties van MAP 6’ een proef aan waarin nagegaan werd hoe druppelirrigatie en fertigatie kunnen bijdragen aan een verbeterde N gebruiksefficiëntie.

 

Proefopzet

In deze proef werden drie objecten met Fontane aardappelen gepoot op een perceel met zandleem bodem, op 24 april 2020. Terwijl het eerste proef object niet geïrrigeerd werd, werden proefobjecten 2 en 3 voorzien van druppelslangen en geïrrigeerd volgens het irrigatie advies van de bodemkundige dienst van België.

Bij planten, werd elk van de proefobjecten breedwerpig bemest met 100 kg N . ha-1, met kalkammonsalpeter (KAS). Tijdens de knolaanleg werd een bijbemesting toegepast. In het niet geïrrigeerde object en het druppel geïrrigeerde object werd de bijbemesting uitgevoerd met 60 kg N/ha-1, KAS breedwerpig toegepast. In het gefertigeerde object werd de bijbemesting uitgevoerd in drie wekelijkse fracties van 20 kg N . ha-1 met KAS opgelost in het irrigatie water.

Druppelirrigatie werd opgestart in de tweede helft van juni. In totaal, werd er 130 L water per m² geïrrigeerd om het vochtgehalte doorheen het groeiseizoen optimaal te houden.

 

Tabel 1 – Proefobjecten

 Proefobject

Totale N bemesting (kg N/ha)

N bemesting bij planten (kg N/ha)

N bijbemesting (kg N/ha)

Irrigatie

 1

160

100

60

-

 2

160

100

60

Druppelirrigatie

 3

160

100

3 x 20

Fertigatie

 

Opbrengst

In deze proef, leidden de toepassing van druppelirrigatie en fertigatie tot een beperkte meeropbrengst van gemiddeld 0.6 en 3.0 ton . ha-1 (Figuur 1). Terwijl de meeropbrengst in het gefertigeerde object zich uitte in meer +50 mm knollen, uitte de meeropbrengst in het druppel geïrrigeerde object zich in meer +35 mm knollen.

Het uitblijven van een grotere meeropbrengst, ondanks het eerder droge proefjaar, kan verklaard worden door het bodemtype, het tijdstip van opstart van druppelirrigatie en het aardappelras. Zandleem bodems zijn over het algemeen minder droogtegevoelig dan (lichte) zandgronden. Daarnaast werd druppelirrigatie pas opgestart in de tweede helft van juni. Dit is naar het einde van de periode van knolaanleg toe. Mei en de eerste helft van juni waren echter zeer droog. Enige irrigatie vroeger op het jaar had de knolaanleg extra kunnen stimuleren in het druppel geïrrigeerde en gefertigeerde object, waardoor een grotere opbrengst mogelijk was. Tot slot is Fontane een niet zo droogtegevoelig ras. Bij meer droogtegevoelige rassen zoals Innovator zou het effect van (druppel)irrigatie en fertigatie waarschijnlijk groter zijn.

 

Figuur 1 – Opbrengst en sortering aan het einde van de teelt

Figuur 1 – Opbrengst en sortering aan het einde van de teelt

 

Dat de druppelirrigatie vermoedelijk iets vroeger opgestart moest worden en dat Fontane een niet zo droogtegevoelig aardappelras is, bleek ook uit een tussentijdse rooiing, half augustus. Toen had het gefertigeerde object een meeropbrengst van ruim 13 ton . ha-1 ten opzichte van het niet geïrrigeerde object (Figuur 2).  Terwijl de opbrengst in het gefertigeerde object niet meer toenam tussen half augustus en de oogst in oktober, maakte het niet geïrrigeerde object deze opbrengst achterstand nog bijna helemaal goed. Deze vaststelling wijst er ook op dat we de gefertigeerde aardappelen eventueel eerder hadden kunnen rooien.

 

Figuur 2 – Bruto opbrengst half augustus

Figuur 2 – Bruto opbrengst half augustus

 

Nitraatresidu

In elk van de proefobjecten was het nitraatresidu hoger dan de eerste nitraatresidu drempelwaarde (Figuur 3). Dit wijst erop dat ongeacht de teelttechniek het behalen van de eerste nitraatresidu drempelwaarde in gebiedstype 2 en 3 een uitdaging is.

Wel hadden het gefertigeerde en het druppel geïrrigeerde object een nitraatresidu dat gemiddelde 35 en 41 kg NO3‑N . ha-1 lager was dan dit van het niet geïrrigeerde object. Omdat de meeropbrengst dit verschil in nitraatresidu niet volledig kan verklaren, vermoeden we dat de mineralisatie in het druppel geïrrigeerde object en het gefertigeerde object gelijkmatiger verloopt doorheen het groeiseizoen, waardoor de mineralisatie piek aan het einde van het groeiseizoen kleiner is dan bij de niet geïrrigeerde aardappelen na periodes van droogte.

Tot slot dienen we op te merken dat druppelirrigatie en fertigatie, in deze proef, de mogelijkheid boden om vroeger te rooien, wat het inzaaien van een vanggewas of nateelt nog toelaat.

 

Figuur 3 – Nitraatresidu aan het einde van de teelt

Figuur 3 – Nitraatresidu aan het einde van de teelt

 

Conclusies

Deze proefresultaten geven aanleiding tot volgende conclusies:

- Het behalen van de eerste nitraatresidu drempelwaarde voor aardappelen in gebiedstype 2 en 3 blijft een uitdaging ongeacht de bemestingsstrategie.

- Druppelirrigatie en fertigatie leiden in droge omstandigheden tot een meeropbrengst die afhangt van het bodemtype en het ras.

- Druppelirrigatie en fertigatie bieden in sommige gevallen mogelijkheden om het gewas vroeger te rooien. Hierdoor kan makkelijker een nateelt of vanggewas ingezaaid worden.

 

Meer info?

Stany Vandermoere: stany[at]proefcentrum-kruishoutem.be

PCA vzw (Interprovinciaal Proefcentrum voor de aardappelteelt)
Karreweg 6
9770 Kruishoutem

 

Met de steun van

In het kader van het demonstratie ‘Aardappelen telen binnen de restricties van MAP 6’

  

Print

Number of views (262)/Comments (0)

More links

Theme picker

In samenwerking met