X
GO

Filtratie

Veel uitgangswater is niet meteen bruikbaar. Elk soort water (oppervlaktewater, grondwater, regenwater, ...) kent zijn eigen vervuiling. Vaste vervuiling kan bestaan uit organische of minerale deeltjes. Organische deeltjes zijn bacteriën, algen, mos, onkruid, onkruidzaden, bladeren, insectenlarven, enz. Voorbeelden van minerale deeltjes zijn zand, leem en klei (bodemdeeltjes). 

Dergelijke vaste vervuiling kan zorgen voor verstoppingen, slijtage of andere problemen in het watergeefsysteem.  Vervuiling kan ook zorgen voor aanrijking van nutriënten in het water en kan zo de groei van bacteriën in leidingen, de zogenaamde biofilm, stimuleren. De verspreiding van onkruidzaden kan voor een sterkere onkruiddruk zorgen op de velden.

Het type en de plaats van de filters hangen af van de soort vervuiling en de gevoeligheid van het systeem voor verstoppingen. Doorgaans zijn oppervlaktewater en regenwater uit een opvangbassin het sterkst vervuild met vaste deeltjes. Grondwater vereist gewoonlijk een minder sterke filtratie. Hoe gevoeliger het systeem voor verstoppingen, hoe zuiverder het uitgangswater dient te zijn. Daarom is filtratie bij druppelirrigatie belangrijker dan bij beregeningssystemen.

Bij de keuze van de opbouw van de filtereenheid dient in belangrijke mate een onderscheid gemaakt naargelang de aard van de vervuiling in minerale deeltjes (vb. zand) en organische deeltjes (vb. algen). Schermfilters zijn bijvoorbeeld goed geschikt om minerale zanddeeltjes te verwijderen, maar veel minder om organische vervuiling adequaat te verwijderen. Zandmediafilters zijn dan weer wel geschikt om grote hoeveelheden organisch materiaal uit te filteren.

In bepaalde gevallen kan een deel van de vervuiling ook vermeden worden. Algen kunnen bijvoorbeeld bestreden worden door lichtintreding in het water te beletten. Dit kan ondermeer door een anti-algen zeil over het bassin of het reservoir aan te brengen.

 

Soorten filtratie

De filtratie van het irrigatiewater gebeurt meestal in meerdere stappen. Eerst kan een bezinking (en ontmenging) gebeuren in een reservoir of bezinkingsbekken.

  • Een voorfiltratie van grof materiaal is mogelijk ter hoogte van de aanzuigleiding van de pomp.
  • De eigenlijke filtereenheid kan verder uit meerdere filtertypes (hoofdfiltratie en nafiltratie) bestaan.

In samenwerking met