X
GO

Dimensionering opvang hemelwater

Een optimale benutting van alternatieve waterbronnen als hemel- en drainagewater is slechts mogelijk wanneer het verzamel- en opslagsysteem optimaal gedimensioneerd zijn en de verliezen tijdens de opslagperiode tot een minimum herleid worden. De dimensionering van de wateropvang dient afgestemd te zijn op het neerslagpatroon en de waterbehoefte van het bedrijf (drinkwaterbehoefte dieren, irrigatiebehoefte teelten, enz.) in de loop van het jaar.

Voor wat irrigatiewater in de glastuinbouw betreft zijn er tabellen over benutting door PPO in Nederland uitgewerkt voor tomaat. Voor andere teelten is het verbruikspatroon anders, zodat deze tabellen niet (helemaal) opgaan. Algemeen kan wel gesteld worden dat op veel bedrijven met een regenwateropslag van 500 m3 per ha serre-oppervlakte ongeveer de helft of meer van de regenval nuttig gebruikt kan worden in de teelt.

Tabel: Regenwaterbenutting en grondbeslag bij bepaalde bassingroottes voor 1 ha glas (tomaat) 

* geen gegevens - Bron: Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, PPO, Wageningen, 2003

Voor dimensionering van de regenwateropslag op veeteeltbedrijven wordt meestal gebruik gemaakt van een regenwaterdimensioneringsgrafiek of -ontwerpgrafiek opgesteld in functie van de relatieve consumptie (in liter per dag en per 100 m² toevoerende oppervlakte) en in  functie van het relatieve bergingsvolume in de put (in m3 per 100 m² toevoerende oppervlakte). Deze ontwerpgrafiek kan eveneens nuttig zijn, wanneer men water van een loods wenst te gebruiken, bij toepassen met een niet al te groot verbruiksdebiet (max. ca. 250 l/dag/100 m²).

De keuze van het leegstandscriterium wordt hoofdzakelijk bepaald door het ongemak dat ontstaat met betrekking tot het extra bijgebruiken van andere waterbronnen (vb.leidingwater), wanneer de regenwaterput leeg staat. Er kan wel  een automatisch bijvulsysteem voorzien worden, die dit ongemak beperkt. Als er een automatisch bijvulsysteem is kan er gebruik gemaakt worden van de curve voor 10% leegstand zodat er maximaal regenwater gebruikt wordt. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat het verboden is om een rechtstreekse verbinding te maken tussen het regenwatersysteem en het drinkwatersysteem.

Grafiek: Regenwaterdimensioneringsgrafiek

 

De toevoerende dakoppervlakte heeft betrekking op de horizontale projectie van het dak. Verder is het mogelijk dat het horizontale dakoppervlakte gecorrigeerd dient te worden met een aantal coëfficiënten:

 

Hellingscoëfficiënt:

Hellende daken die georiënteerd zijn naar de dominante windrichting kunnen een grotere hoeveelheid neerslag opvangen dan deze die andersom gericht zijn. De hoofdwindrichting bij regenweer is in Vlaanderen eerder West dan Zuid-West. In onderstaande tabel staan reductie- en vermeerderingscoëfficiënten voor de opvang van neerslag op schuine daken. Met vermeerderingscoëfficïënten dient wel voorzichtig omgesprongen te worden. Voor de verschillende dakdelen met verschillende oriëntatie dienen de coëfficiënten per dakdeel te worden toegepast. Indien het dak dus evenveel oppervlakte heeft in twee tegenovergestelde richtingen zal de globale coëfficiënt van deze twee delen gelijk zijn aan 1.

Tabel: Reductie- en vermeerderingscoëfficiënten voor de opvang van neerslag op schuine daken (voor verschillende waarden van dakhellingen en –oriëntatie)

 

Dakbedekkingscoëfficiënt:

Vooral bij platte daken kan veel regenwater terug verloren gaan via verdamping. In het bijzonder bij platte daken is het gebruik van een reductiecoëfficiënt in de berekening van de dimensionering dan ook nodig.

Tabel: Correctiecoëfficiënten voor de opvang van neerslag bij verschillende dakbedekkingsmaterialen

 

Filtercoëfficiënt:

Zelfreinigende voorfilters, zoals de valpijp, de bladfilter, de cycloonfilter en de volumefilter, zorgen voor een verlies aan regenwater van ongeveer 10-20%, omdat het vuil moet weggespoeld worden. Het verwijderen van het vuil (zelfreinigend) biedt het voordeel dat bacteriën veel minder kunnen nestelen in het filter dan bij niet-zelfreinigende systemen, waarin bezinking van vuil optreedt. Zelfreinigende filterputten en valpijpfilters geven een iets grotere reductie dan cycloonfilters.

Tabel: Correctiecoëfficiënten voor de opvang van neerslag bij een aantal zelfreinigende voorfilters

In samenwerking met