X
GO

Mogelijke waterbronnen openluchtgroententeelt

Irrigatie

Rationeel watergebruik is niet enkel een kwestie van beredeneerd irrigeren, maar het is ook een kwestie van het juiste water te gebruiken voor de juiste toepassing.

In het kader van duurzaam watergebruik zijn hemelwater, oppervlaktewater en ondiep grondwater in te zetten als meer duurzame waterbronnen.

Het is steeds aan te raden om de waterkwaliteit van het gebruikte water na te gaan, zo kunt u problemen met een goede werking van het beregeningssysteem of met de gewaskwaliteit vermijden. Een algemene beoordeling van de geschiktheid van water als irrigatiewater kan op basis van een chemische en microbiologische analyse en een vergelijking te maken met de  kwaliteitsnormen voor irrigatiewater.

Op een akkerbouwbedrijf kan hemelwater wegens de gunstige samenstelling (zeer laag zoutgehalte) gebruikt worden als waterbron voor irrigatie.

Ondiep grondwater kan ook een goede waterbron zijn op voorwaarde dat het zoutgehalte voldoende laag is. Bij beregening met water met te hoog zoutgehalte (in het bijzonder een te hoog natrium- en chloridegehalte) kan gewasverbranding optreden.

Ondiep grondwater bevat vaak (te) hoge ijzergehalte. Als het grondwater niet vooraf ontijzerd wordt kan het ijzer ongewenste neerslagen in beregeningssysteem of op het gewas veroorzaken.

Soms is voor beregening van openluchtteelten ook oppervlaktewater beschikbaar. In de regel is de waterkwaliteit van oppervlaktewater wel beter in de wintermaanden dan in de zomermaanden. Vooraleer oppervlaktewater gebruikt wordt voor beregening van akkerbouwgewassen (vb.aardappelen) dient nagegaan te worden of dit sowieso toegelaten is. Er kan bijvoorbeeld een verbod gelden omwille van gevaar voor aanwezigheid van bruinrot (Erwinia sp.) in het water. Ook de chemisch kwaliteit (te sterk vervuild) en de beschikbaarheid (kwantiteit) van het oppervlaktewater kan een knelpunt zijn. 

Het water in open putten is in eerste instantie ook ondiep grondwater, maar kan aangevuld worden met ander water als regenwater, drainagewater, oppervlaktewater of zelfs boorputwater (vb. uit ondiepe bron met laag debiet). Net als boorputwater kan openputwater veel ijzer, kalk (hoge hardheid) en/of ballastzouten (Na, Cl) bevatten. De kwaliteit van open putwater wordt beter naarmate de put meer aangevuld wordt met extra regenwater (afkomstig van dakoppervlaktes). Voor beregening met water uit open putten of met drainagewater geldt voor akkerbouwteelten (in het bijzonder aardappelen) min of meer hetzelfde als voor industriegroenten.

Voor beregening in openluchtteelten is drainagewater op veel plaatsen in Vlaanderen geschikt. Een eerste controle van de geschiktheid kan gebeuren door de geleidbaarheid (EC) van het water te meten. Bij hogere EC-waarden (>1,5 mS/cm) is alleszins een meer gedetailleerde analyse (ionspecifiek: Na, Cl, K,…) van het water nodig, om de geschiktheid te kunnen beoordelen. In bepaalde gevallen kan eveneens een controle van het ijzergehalte en de hardheid wenselijk zijn.

 

Waswater

Voor het wassen van groenten is zeker op het einde van wasproces water nodig van drinkwaterkwaliteit. Voor het wassen van bladgewassen (verse consumptie) is het zelfs nodig om altijd water van drinkwaterkwaliteit tijdens het wassen te gebruiken.

Indien er geen geschikt water van drinkwaterkwaliteit voor naspoeling bij het wassen van groenten aanwezig is op een bedrijf, kan hier eventueel leidingwater voor gebruikt worden. Leidingwater is zeer duur voor toepassing in de akkerbouw en komt dus in principe weinig of niet  in aanmerking als alternatieve waterbron. Een uitzondering kan grijs water geleverd via het leidingwaternet zijn.

(Bron: lv.vlaanderen.be: Praktijkgids Water in de land- en tuinbouw)

In samenwerking met