Aanleg
Watersilo’s zijn plaatstalen silo’s met een kunststoffolie erin.
De belangrijkste fasen bij het plaatsen van een watersilo zijn: het leggen van een onderlaag en betontegels, het plaatsen van de siloplaten (+ toevoer en afvoer), het aanbrengen van de binnenfolie en de afwerking met het aanbrengen van het afdekzeil.
Een silo kan geplaatst worden op het maaiveld, maar wordt toch frequent in een bouwput geplaatst. Bij plaatsing op het maaiveld wordt de silo op een geëgaliseerde ondergrond geplaatst en daarna verankerd met grondankers of een aarden wal (minstens 40 cm). Vooraleer te verankeren dient de silo deels met water gevuld te worden. Bij plaatsing in een bouwput wordt de grond tot maximaal 80 cm diepte uitgegraven (hoogte van één plaat). De silo mag onderaan ook niet dieper komen te zitten dan 20 cm boven de hoogste grondwaterstand.
Onderin de bouwput worden betontegels in een cirkel gelegd op de plaats waar de siloplaten komen te staan. Dit kan eventueel in een stabilisélaag uitgevoerd worden. Het is zeer belangrijk dat de betontegels goed waterpas komen te liggen. De bodem van de silo moet mooi vlak worden gemaakt of lichtjes bolvorming (niet hol).
Bij montage van de siloplaten dient de volgorde en wijze van overlapping goed gerespecteerd te worden. De dikste siloplaten horen aan de onderzijde thuis. De siloplaten verspringen iedere volgende ring een halve siloplaat. De siloplaten worden steeds afwaterend geplaatst ten opzichte van de onderliggende siloplaat. Op die manier wordt voorkomen dat (regen)water tussen de siloplaten kan lopen. Bij plaatsing in een bouwput moeten de onderste siloplaten alleszins voorzien worden van een duurzame coating en dit best zowel aan de binnenzijde als aan de buitenzijde, best tot 30 cm boven het maaiveld. Bij uitgraving van de bouwput dient een extra werkruimte voor de montage van 0,5 m rondom de silo voorzien te worden.
De stalen platen van watersilo’s kunnen extra beschermd worden met een speciale coating tegen UV, roesten en krassen. De stalen golfplaten hebben dan twee beschermlagen. De eerste beschermlaag is een gegalvaniseerde laag, waarop een tweede coatinglaag is aangebracht (Polyester, Poly-urethaan of Plastisol). Een veel duurdere techniek is de stalen platen conserveren waarbij op de galvanisatielaag eerst een primerlaag wordt aangebracht afgedekt met een kleurlaag.
Het montagemateriaal bestaat uit bouten, moeren, sluitringen en zeilhaken. Het is aan te raden om te kiezen voor montagemateriaal dat met een speciale zink-kobalt passivering (zincrolyte) behandeld is. De weerstand tegen roesten is hierbij beter dan bij thermische en mechanisch verzinkte materialen. De boutkoppen dienen aan de binnenzijde van de silo te zitten, de sluitringen en moeren aan de buitenzijde.
De silobekleding is een folie die op maat is gemaakt. De folietypes die gebruikt worden zijn dezelfde types als bij een foliebassin. EPDM-folie wordt eerder gebruikt voor foliebassins, minder voor watersilo’s want door de hoge elasticiteit van deze folie zijn er beperkingen aan de hoogte van een silo. Tussen de stalen silo en bekleding wordt als binnen-beschermlaag een viltdoek aangebracht. De hoes is aan de bovenzijde voorzien van een versterkte rand waarin ringen zijn aangebracht voor de bevestiging.
Een gevaar bij oude watersilo’s vormt de mogelijkheid voor klappen van de silo. Een geklapte silo kan voor grote schade aan naburige gebouwen en gewassen zorgen. Het blijft van uitermate groot belang om te vertrekken van kwaliteitsmateriaal bij de aanschaf van een watersilo. Om inspectie vlot mogelijk te maken mogen silo’s niet dichter dan 1 m ten opzichte van bedrijfsgebouwen of serreconstructies geplaatst worden. De dikte van de siloplaten kan met speciale apparatuur (ultrasoon) gecontroleerd worden.
Tips om een siloklapper te voorkomen:
- Voorkom roestvorming;
- Voorkom scheuren in de silofolie;
- Controleer de binnenzijde van de silo uitvoerig wanneer het folie aan vervanging toe is;
- Een hoge grondwaterstand bevordert roestvorming;
- Controleer de silo regelmatig;
- Witte sporen kunnen duiden op een scheefgezakte wand;
- Een kleine lekkage duidt op een poreus plekje veroorzaakt door roest;
- Gebruik bij voorkeur een volledig gecoate wand. Deze is beter bestand tegen roest;
- Plaats de silo volledig waterpas, op een stevige ondergrond;
- Plaats stalen wandringen afwaterend;
- Monteer of verplaats een silo niet zelf;
- Zorg dat de vilten binnenkant volkomen droog is; broei aan de binnenzijde van de silo bevordert roestvorming;
- Bescherm de silo met een afdekzeil tegen extreme weersomstandigheden;
- Zorg dat de silo niet te vol, maar ook niet te leeg is;
- Laat vanaf het zevende levensjaar de silo om het jaar controleren door een erkend bedrijf. Een keuring kost € 100 tot € 300 per silo afhankelijk van de doorsnee en gebeurt meestal door installatiebedrijven (bron: Opvang en opslag van hemelwater en drainagewater).