X
GO

Foliebassin

Een foliebassin is een uitgegraven vijver met aarden wallen waarin een waterdichte folie gebracht wordt. Belangrijke punten bij de aanleg zijn de nodige grondoppervlakte, de keuze van de folie en zaken als de drainage en de afwerking. De grondoppervlakte bij een foliebassin is groter dan deze nodig voor een watersilo.

Bij het stuk ‘dimensionering opvang hemelwater’ vind u een overzicht van de benodigde oppervlakte in functie van de inhoud van de regenwateropvang. De folie is het belangrijkste deel van het regenwaterbassin. De folie bepaalt hoe lang het bassin zal meegaan. Hier moet dus goed over geïnformeerd worden, zodat de folie de eigenschappen heeft waaraan men wil dat het bassin voldoet. De keuze is afhankelijk van de soort ondergrond (ruwe ondergrond of niet), de UV-bestendigheid van de folie en vooral de levensduur van de folie in de gebruikte toepassing.

Foto: waterbassin

Aanleg

Foliebassins zijn uitgegraven vijvers waarin een kunststoffolie is aangebracht. Het kan in eender welke vorm en grootte aangelegd worden zolang de taludhelling maar steeds 45° bedraagt. De belangrijkste fasen in de aanleg van een waterbassin zijn: het leggen van drainage onder het bassin, het uitgraven van de vijver en het zetten van de taluds, het aanbrengen van de folie en de afwerking.

Een drainage onder het bassin wordt voorzien om het grondwater dat onder het bassin aanwezig is, onder het bodempeil van het bassin te houden. Soms is het nodig dat eerst een droogzuiging wordt geplaatst vooraleer met de graafwerken kan worden gestart.

Niet enkel een drainage voor het teveel aan grondwater is nuttig, ook met de afvoer van een mogelijk teveel aan lucht in de grond wordt meer en meer rekening gehouden. Afhankelijk van de grondsoort zal een gedeelte van de humus in de grond afbreken met gasontwikkeling tot gevolg. Het opstijgende gas of grondwater kan ervoor zorgen dat de folie omhoog komt. Vooral als er weinig water in het bassin aanwezig is, is de druk van onderuit vaak te groot.

De drainagebuizen kunnen worden aangesloten op een pompsysteem dat het water in het bassin pompt.

Na de drainage volgt het uitgraven van de vijver en het zetten van de taluds. Voor de opbouw van de taluds wordt best grond uit de put (zavelgrond) gebruikt in plaats van teeltaarde met humus. Bij het aanwenden van humusrijke gronden zal de humusfractie verder afbreken wat het inzakken van de taluds tot gevolg kan hebben. Hoewel de afmetingen van het bassin afhankelijk zijn van de beschikbare oppervlakte, hebben de taluds wel min of meer vaste afmetingen. Bij de diepte moet rekening gehouden worden met de aan- of afwezigheid van een drainagestelsel. Vaak wordt een diepte van 4 tot 5 m genomen.

De taluds worden onder een hoek van 45° geplaatst en zijn bovenaan ongeveer een meter breed. Wanneer de juiste diepte is uitgegraven en de laatste hoek gezet is, kan de folie aangebracht worden. De folie wordt in het midden van de vijver gelegd en vervolgens uitgevouwen en over de randen van de taluds getrokken. Langs de taluds zijn greppeltjes voorzien, waarin de rand van de folie met een laagje aarde vastgelegd wordt. De afwerking is vooral afhankelijk van de UV-bestendigheid van de gebruikte folie, en is dus bij alle bassins anders.

Voor de veiligheid van personen dient een touw of touwladder in het bassin gelegd te worden. Algemeen wordt aangeraden het bassin volledig te omheinen. Ongedierte dient steeds geweerd te worden. Gangen van ratten en muizen verzwakken de taluds waardoor bij erge aantasting de kans op een dijkbreuk toeneemt.

 

Kostprijs, benodigde ruimte, opslagcapaciteit

Ten opzichte van een open put komt bij een foliebassin een aanzienlijke meerkost voor het aankopen en plaatsen van de folie. De benodigde ruimte is vaak groter dan voor een open put en dan voor een plaatstalen silo. De opslagcapaciteit blijft beperkt tot de inhoud van het foliebassin zelf. Daartegenover staat wel dat door het plaatsen van dijken of taluds de diepte (waterhoogte) van de wateropslag vergroot wordt. Tevens is er geen wegsijpelen van water naar diepere bodemlagen en zorgt een dalende grondwaterstand niet voor een verlaging van de waterstand in het bassin. Bovendien kunnen grotere inhouden met foliebassins (zelfs groter dan 10.000 m3) gerealiseerd worden dan met watersilo’s (minder dan 2.000 m3).

De totale kostprijs voor een foliebassin en een plaatstalen watersilo is voor een kleine inhoud (<500 m3) vergelijkbaar, maar is bij dezelfde foliekwaliteit goedkoper voor een foliebassin dan voor een watersilo in het geval van een grotere inhoud (> 500 m3). Op plaatsen met diepere grondwatertafel kunnen diepere bassins uitgegraven worden en kunnen hogere taluds gemaakt worden, dan op plaatsen met ondiep grondwatertafel.

In eerste gevallen is de opslagcapaciteit groter en de benodigde ruimte kleiner. Niettemin is er toch een minimale grondoppervlakte (>500 m²) nodig om een foliebassin te kunnen aanleggen. Bij plaatsgebrek of geringe wateropslagbehoefte wordt daarom beter een ander opslagsysteem (watersilo, betonnen wateropslag,…) overwogen. Bij grote opslagbehoefte en bij voldoende beschikbaarheid van ruimte (grondoppervlakte) is vaak een foliebassin meer aangewezen voor opslag van hemelwater. De netto-opslagcapaciteit van een foliebassin in m3 (netto-inhoud) bedraagt in de glastuinbouw veelal tussen 1,5 en 2 keer de vereiste grondoppervlakte in m2.

In samenwerking met